Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Anamnese en lichamelijk onderzoek

Tijdens de anamnese stelt de arts of verpleegkundig specialist verschillende vragen om een goed beeld te krijgen hoe het met uw kind gaat. Als er bijzonderheden zijn wordt er doorgevraagd. Na de anamnese volgt het lichamelijk onderzoek. Anamnese en lichamelijk onderzoek vinden zowel tijdens opname in de kliniek als bij bezoek op de polikliniek plaats. Een voorbeeld maakt het concreter: uw kind komt op de polikliniek met buikpijn. Dan zal er gevraagd worden hoe vaak uw kind ontlasting heeft, hoe dat eruit ziet en of er bloed of slijm bij zit.

Anamnese en lichamelijk onderzoek vinden zowel tijdens opname in de kliniek als bij bezoek op de polikliniek plaats. Een voorbeeld maakt het concreter: uw kind komt op de polikliniek met buikpijn. Dan wordt er bijvoorbeeld gevraagd hoe vaak uw kind ontlasting heeft, hoe dat eruit ziet etcetera.

Voorbereiding

In feite is de anamnese zelf een voorbereiding op het lichamelijk onderzoek. Er is geen concrete voorbereiding voor een anamnese nodig. Dat wil zeggen dat uw kind niet nuchter hoeft te zijn of bepaalde kleding aan hoeft. Wel kan het verstandig zijn om zaken die van belang zijn voor u of uw kind op te schrijven en duidelijk te verwoorden. Als er bepaalde onderwerpen rondom de lichamelijke gezondheid van uw kind zijn die u graag wilt bespreken dan kan dit tijdens de anamnese.

In het begin kan het zijn dat uw kind het spannend vindt. Een duidelijke en eerlijke uitleg helpt dan heel goed. Jonge kinderen gaan het thuis vaak naspelen met een dokterssetje. Als uw kind het spannend vindt om onderzocht te worden kan het helpen als u naast uw kind staat of in overleg met de onderzoeker uw kind op schoot houdt. Ook kunnen de medisch pedagogisch medewerkers helpen wanneer uw kind het spannend of eng vindt.

Het onderzoek

De arts of verpleegkundig specialist zal na de anamnese uw kind lichamelijk nakijken. Hieronder staan verschillende onderdelen van het onderzoek:

Longen
Als je naar de longen luistert met een stethoscoop kan je horen of een kind een probleem met de longen heeft, zoals benauwdheid of een longontsteking.

Hart
Met een stethoscoop wordt naar het kloppen (snelheid en ritme) van het hart geluisterd.

Buik
Met een stethoscoop en met de handen onderzoeken we de buik van uw kind.

Bloeddruk
Om het bloed door de bloedvaten te laten stromen is er een zekere druk nodig. Dat noemen we bloeddruk. Er is een bovendruk en een onderdruk. Bij sommige ziekten is de bloeddruk te hoog en bij sommige ziekten te laag. In het laatste geval heb je last van duizeligheid. Bloeddruk wordt gemeten met een apparaat waarbij de band om de bovenarm gaat en automatisch strak wordt opgepompt. Deze band loopt langzaam weer leeg waarna de bloeddrukstand duidelijk is.

Oor
Het oor wordt met een lampje (otoscoop) bekeken om te zien of er afwijkingen zijn.

Keel/mond
De kinderarts bekijkt de keel en mond ondere andere om te zien of er tekenen van infectie zijn.  Het is belangrijk dat uw kind de mond goed openhoudt en de tong ver uitsteekt. Soms helpen we door met een houtje (spatel) de tong weg te drukken.

Bewegen
De kinderarts of verpleegkundig specialist kijkt hoe uw kind loopt en beweegt. Hiervoor worden bepaalde oefeningen gedaan zoals op een been staan bij grotere kinderen of kruipen bij baby’s. 

Neurologisch onderzoek
Bij een neurologisch onderzoek onderzoekt de dokter hoe goed uw kind kan praten en wat het allemaal begrijpt. Hij onderzoekt het zicht, het gehoor, het gevoel en soms ook de reuk. Daarnaast onderzoekt hij de spierkracht en aansturen van de spieren in het lichaam. Ook bekijkt hij of het kind aanrakingen goed voelt en onderzoekt de reflexen. Hiervoor slaat de dokter met een hamertje op de elleboog, knie en enkels en kriebelt onder de voeten. Dit doet geen pijn. Aan het eind van het onderzoek vraagt de arts of uw kind stukje wilt lopen, hinkelen en met de ogen dicht wilt blijven staan.