Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die cytostatica worden genoemd. Deze medicijnen remmen de celdeling en zijn daarmee ook verantwoordelijk voor de remming van de groei van tumoren. De tumorcellen worden gedood en daarmee wordt het totaal aantal kankercellen verminderd. Om dit zo effectief mogelijk te doen kan het zijn dat de kanker bij uw kind met meerdere soorten cytostatica in verschillende combinaties behandeld wordt. In het protocol staat precies wat uw kind krijgt en wanneer. Indien nodig besluit de arts een ander schema aan te houden of een andere combinatie van medicijnen te geven.

Chemotherapie wordt toegediend in de vorm van drankjes, pillen, capsules, een infuus of een injectie. Ook via een ruggenprik kan chemotherapie toegediend worden. Dit laatste is om te voorkomen dat de kankercellen zich naar de hersenvloeistof uitbreiden.


Voorbereiding

Om chemotherapie via een infuus veilig toe te kunnen dienen wordt veel gebruik gemaakt van een  Volledig Implanteerbaar Toedieningssysteem (VIT), centraal veneuze lijn of PICC lijn. Zo kan cytostatica gegeven worden of bloed afgenomen zonder steeds opnieuw een bloedvat te hoeven zoeken. Indien uw kind een ruggenprik krijgt onder lichte narcose moet uw kind die ochtend nuchter zijn volgens de afspraken van de anesthesie.  


De behandeling

Zoals gezegd wordt chemotherapie toegediend via pillen, drankjes, capsules, een infuus of een injectie. In principe dient de verpleegkundige de chemotherapie toe. Er is één uitzondering: bij een infuus in de hand of arm moet de oncoloog de vincristine geven. Vincristine is een middel tegen kanker. 

De duur van de chemotherapie hangt af van de kuur en verschilt tot een spuit die direct ingespoten wordt tot een kuur die enkele dagen duurt.


Nazorg

Naast het gewenste effect op de tumorcellen kunnen cytostatica de nodige bijwerkingen met zich meebrengen. Cytostatica kunnen effect hebben op de slijmvliezen, de huid en het haar. Mogelijke gevolgen zijn misselijkheid, moeheid, diarree, een pijnlijke mond, verandering van smaak, een droge huid en haaruitval. 

Bovendien is uw kind door een verminderde afweer extra vatbaar voor infecties enkan er een tekort aan bloedcellen en bloedplaatjes ontstaan. Hoewel deze bijwerkingen verdwijnen als de behandeling klaar is, zijn ze erg onaangenaam en kunnen ze het leven van uw kind behoorlijk beïnvloeden. Vaak is ondersteunende behandeling nodig in de vorm van antibiotica, medicijnen tegen misselijkheid en schimmelinfecties, extra goede mondverzorging of een bloed(plaatjes)transfusie.

Bijwerkingen per soort cytostatica kunt u vinden op de medicijnkaarten in de dagboekagenda. Mist u kaarten? Vraag ze dan aan de verpleegkundige.