Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Infuus inbrengen

Een infuus geeft direct toegang tot een bloedvat, om medicatie of vocht toe te kunnen dienen. Een infuus wordt ingebracht door een medewerker die daarvoor is opgeleid. Dit kan een doktersassistente, verpleegkundige, verpleegkundig specialist of een arts zijn.

Het prikken van het infuus kan pijnlijk zijn, daarom kan er vooraf verdovende zalf op de huid aangebracht worden. Dit heet Emla zalf of Rapydan. Meestal wordt dit op meerdere plekken aangebracht, zodat de degene die prikt kan kiezen voor de plek waar de ader het beste zichtbaar is. Ook proberen we rekening te houden met de voorkeur van uw kind (bijvoorbeeld of uw kind links- of rechtshandig is).

Het prikken van het infuus gebeurt in principe op de behandelkamer. De prikker kiest de beste plek voor het infuus. Uw kind krijgt vervolgens een strakke band (stuwband) om. Daardoor zijn de aderen beter zichtbaar. De prikplek wordt schoon gemaakt met een doekje alcohol, waarna de prik volgt. De naald gaat er weer uit en er blijft een dun plastic buisje in de ader zitten. Als er bloed uit het buisje loopt, zit het infuus goed. Daarnaast spuit de prikker het infuus door, om te testen of het goed zit. De verpleegkundige plakt het infuus vast met pleisters. Eventueel wordt het infuus verder verbonden zodat het goed blijft zitten.