Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Lumbaalpunctie

Met een lumbaalpunctie (ruggenprik) wordt het hersenvocht (liquor) met een naald uit de ruimte rond het ruggenmerg gehaald. Soms wordt er ook medicatie ingespoten.

Hersenvocht zit rond de hersenen en het ruggenmerg. Met een holle naald wordt tussen twee ruggenwervels geprikt tot in de hersenvochtruimte die daar net achter ligt. Het hersenvocht wordt in een buisje opgevangen. Als het nodig is, dan kan via de naald ook cytostatica worden toegediend aan het hersenvocht.

Het onderzoek

Een lumbaalpunctie kan pijnlijk zijn, daarom wordt dit onderzoek vaak onder sedatie of narcose uitgevoerd. Uw kind wordt op de zij gelegd, in een ‘hoepeltje’ gebogen en goed vastgehouden. Het druppelende hersenvocht wordt opgevangen in buisjes en soms wordt ook de druk gemeten. Zo nodig wordt er na het afnemen van hersenvocht, medicatie (chemotherapie) via de dezelfde holle naald, toegediend in de liquorruimte.

Als uw kind chemotherapie heeft gekregen in het hersenvocht, dan blijft uw kind 2 uur plat op bed liggen. Dit mag op de zij, rug of buik, zonder kussen.

Nazorg

Na de punctie kan uw kind hoofdpijn krijgen of misselijk worden. Daarom is het belangrijk eerst een uur plat te blijven liggen.

Soms kan na een lumbaalpunctie nog helder vocht lekken uit de insteekopening. Neem dan contact op met uw behandel team. Ook bij koorts op de dag van de lumbaalpunctie, vragen wij u contact op te nemen met het behandelteam. Een enkele keer heeft een kind bij herhaling ernstige hoofdpijn na de lumbaalpunctie. Bespreek dan met uw arts wat de mogelijkheden zijn.

Uitslagen
De eerste uitslagen van het hersenvocht zijn vaak na een paar uur bekend, maar er zijn ook uitslagen die langer kunnen duren. U ontvangt deze via uw arts.