Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Laaggradig glioom

Een laaggradig glioom is een tumor in de hersenen of het ruggenmerg. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 40 kinderen een laaggradig glioom. De tumor komt bij kinderen van alle leeftijden voor. De tumor kan zich soms uitbreiden naar andere delen van het centrale zenuwstelsel.

In de folder Laaggradig glioom lees je alle informatie over deze ziekte. Op onze website lees je alvast de belangrijkste informatie.

Oorzaken

Een glioom ontstaat door een fout in de ontwikkeling in een (voorloper)cel van de steuncellen. Waarschijnlijk raakt er in de kern iets veranderd in het DNA van de cel. Hoe dat komt, is niet bekend. Sommige kinderen hebben neurofibromatose, een aandoening waarbij tumoren in het zenuwstelsel kunnen ontstaan.
Het kan zijn dat je je schuldig voelt. Misschien denk je: ‘Was ik maar eerder naar de dokter gegaan’ of: ‘Had ik tijdens de zwangerschap maar beter opgelet’. Het is goed je zorgen met de arts van je kind te bespreken.

Klachten

Een laaggradig glioom in de kleine hersenen of een hersenkamer geeft in het begin vage klachten als misselijkheid en hoofdpijn. Later komen er, door de verhoogde druk in de hersenen, klachten bij, zoals overgeven, scheelkijken, dubbelzien, verslechterde motoriek en evenwichtsproblemen. Een tumor bij hersenstam geeft een vreemd gevoel in armen of benen, slik- en praatproblemen, moeite met schrijven en problemen met de temperatuurhuishouding. Een tumor in de grote hersenen kan epilepsie geven of hormoonstoornissen.

Hoe stellen we de diagnose?

Er wordt een MRI-scan gemaakt en onder sedatie wordt hersenvocht afgenomen. Soms volgt een CT-scan.

Behandeling van een laaggradig glioom

De behandeling van een laaggradig glioom kan bestaan uit chirurgie, chemotherapie, targeted therapie en/of radiotherapie. Bij het bepalen van de eventuele behandeling wordt gekeken naar de plaats van de tumor, de neurologische klachten, gezichtsvermogen en de leeftijd van je kind. De meeste kinderen worden eerst geopereerd. Kan het glioom in zijn geheel worden verwijderd, dan krijgt je kind geen verdere behandeling maar wordt het regelmatig gecontroleerd.

Kan het glioom niet of slechts gedeeltelijk worden weggehaald, dan is het in veel gevallen mogelijk af te wachten. Dit gebeurt vaak bij een tumor van de oogzenuw(en) en/of bij neurofibromatose. Je kind wordt dan goed in de gaten te houden en krijgt regelmatig een MRI en oogcontroles. De hersentumorwerkgroep, waarin alle betrokken specialisten zitten, weegt zorgvuldige af wat voor jouw kind het beste is: afwachten of verder behandelen. Is er een vervolgbehandeling nodig, dan bestaat deze meestal uit chemotherapie.

Kans op genezing

De behandeling van een laaggradig glioom kan bestaan uit chirurgie, chemotherapie of radiotherapie. Soms wordt in eerste instantie gekozen voor een afwachtend beleid. Uw kind wordt goed in de gaten gehouden, krijgt regelmatig een MRI en ook de neurologie en ogen worden, indien nodig, nauwkeurig onderzocht.

Vragen?

Kinderen en tieners met een laaggradig glioom worden op de afdeling neuro-oncologie behandeld.

Telefoon 088-9727272