Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Neuroblastoom

Een neuroblastoom is een kwaadaardige tumor van het sympathisch zenuwstelsel. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 25 kinderen een neuroblastoom. De meeste kinderen zijn jonger dan zes jaar. De tumor kan al voor de geboorte ontstaan.

In de folder Neuroblastoom lees je alle informatie over deze ziekte. Op onze website lees je alvast de belangrijkste informatie.

Klachten

Een neuroblastoom in de buik kan buikpijn, misselijkheid en een opgezette buik geven. Een tumor in de borstholte geeft soms ademhalingsproblemen en een tumor in het bekken problemen met plassen en poepen. Een tumor in het zenuwkanaal in de wervelkolom maakt kan verlammingsverschijnselen geven. Bij een neuroblastoom in de hals hebben kinderen vaak een zwelling en soms een hangend ooglid. Sommige kinderen hebben last van hoge bloeddruk, overmatig zweten en diarree. Ook uitzaaiingen kunnen klachten geven.

Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose wordt gesteld door de urine te onderzoeken.

Behandeling van neuroblastoom

Kinderen met een neuroblastoom worden behandeld volgens een protocol dat is gemaakt door nationale en internationale deskundigen. De behandeling bestaat meestal uit chemotherapie, bestraling, MIBG-behandeling en bestraling. Sommige kinderen krijgen een autologe stamceltransplantatie al dan niet gevolgd door immunotherapie.

Kans op genezing

De genezingskans van kinderen met een neuroblastoom hangt af van de uitbreiding van de tumor, eventuele uitzaaiingen, de leeftijd van het kind en de genetische veranderingen in de tumorcellen.
Leeftijd: Een neuroblastoom bij kinderen jonger dan 1,5 jaar is vaak beter te behandelen. Soms verdwijnt de tumor zelfs spontaan. Waarom dat zo is, is onbekend.
Plaats: Bij een tumor die groeit vanuit de grensstreng is de genezingskans vaak beter dan bij bijniertumoren. Zijn er geen uitzaaiingen, dan is de genezingskans over het algemeen goed (70-90%). Een tumor met uitzaaiingen of een agressieve verschijningsvorm is vaak moeilijk te behandelen. De overlevingskans is dan ook minder goed (25-50%).
Genetische factoren: Tumoren met bepaalde genafwijkingen hebben vaak een slechtere genezingskans. Zo’n ongunstige factor is het NMYC-gen. Als dit gen in verhoogde mate in de tumorcellen zit, dan heeft je kind een agressieve vorm van het neuroblastoom.

Laat je niet te veel te leiden door cijfers want er zijn veel factoren die de genezingskans beïnvloeden en elk kind en elke situatie is uniek.

Vragen?

Kinderen en tieners met neuroblastoom worden op de afdeling solide tumoren behandeld.

Telefoon 088-9727272