Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Non-Hodgkin-lymfonen

Jaarlijks krijgen in ons land ongeveer 35-50 kinderen een kwaadaardig lymfoom anders dan de ziekte van Hodgkin. Bij een Non-Hodgkin-lymfoom (NHL) is er een kwaadaardige woekering van lymfocyten, een speciaal soort witte bloedcellen. Deze delen zich in hoog tempo en vormen zo een tumor in het lymfestelsel die zich kan verspreiden en soms ook uitzaait naar organen en weefsels buiten het lymfestelsel.

Er zijn verschillende soorten lymfocyten, zoals B-cellen (leidt tot een B-NHL) en T-cellen (T-NHL). De B-lymfocyten zitten vooral in de buik en in het hoofd/hals gebied, de T-lymfocyten bevinden zich vooral in de zwezerik of thymus, een klier achter het borstbeen (tussen de longen). Daarnaast kennen we op de kinderleeftijd nog het grootcellig anaplastisch lymfoom (ALCL). Dit is een vorm die slechts zelden voorkomt.

Klachten bij deze ziekte

Non-Hodgkin-lymfomen vertonen meestal een zeer snelle groei. Kinderen met een B-NHL presenteren zich bijvoorbeeld met buikpijn doordat het gezwel een afsluiting van een darm veroorzaakt. Ook grote meestal niet-pijnlijke zwellingen in de hals of in het keel- neus en oorgebied komen voor; deze voelen vaak zeer vast aan. Een T-NHL kan snel benauwdheidklachten veroorzaken doordat de zwelling tegen de luchtpijp aan drukt. Druk op sommige grote bloedvaten kan aanleiding geven tot een rood, opgezwollen gezicht en hoofdpijn. De snelle groei kan ook uitbreiding naar elders veroorzaken: bijvoorbeeld naar het beenmerg of naar het centrale zenuwstelsel. Het beeld bij kinderen met een ALCL is vaak veel minder duidelijk; vaak zijn er klachten van algemene aard zoals koorts, pijn of gewichtsverlies.

Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose Non-Hodgkin-lymfoom wordt gesteld met behulp van een biopsie. Dat betekent dat er onder narcose een vergrote lymfeklier wordt verwijderd die vervolgens onder de microscoop bekeken wordt. Het vaststellen van de uitgebreidheid van het hodgkinlymfoom (stadiëring) is van belang voor de behandeling en prognose; dit gebeurt met behulp van CT- en/of MRI-scans en een PET scan. Vaak moet er ook een beenmergpunctie of ruggenprik gedaan worden. 

Behandeling van Non-Hodgkin-lymfonen

De behandeling van een Non-Hodgkin lymfoom bestaat uit chemotherapie. De intensiteit van de behandeling hangt af van het type lymfoom en van de uitgebreidheid. Bestraling wordt in principe niet meer toegepast. De huidige chemotherapie levert goede genezingskansen, zodat bestraling vaak achterwege kan blijven.