Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Non-Hodgkin-lymfoom

Non-Hodgkin-lymfoom is een vorm van lymfeklierkanker. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 20-30 kinderen een non-Hodgkin-lymfoom. De meeste kinderen zijn tussen de 5 en 12 jaar. De ziekte komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Bij non-Hodgkin-lymfoom is er sprake van een ongeremde deling en groei van lymfocyten, een bepaald soort witte bloedcellen. Deze vormen een tumor in een lymfeklier die zich gemakkelijk verspreidt naar andere lymfeklieren, en soms ook naar organen en weefsels.

Er zijn verschillende soorten non-Hodgkin-lymfomen.

In de folder non-Hodgkin-lymfomen vind je meer informatie. Hier lees alvast de belangrijkste informatie.
Klachten

Een lymfoom in de buik kan misselijkheid geven en soms ook moeite met ademen. Klachten bij een lymfoom in de hals of bij keel, neus en oren zijn problemen met ademhalen en slikken en aanhoudende of terugkerende verkoudheden of neusbijholteontstekingen. Een lymfoom in de borstholte geeft klachten als hoesten en benauwdheid en soms gestuwde halsaders en een opgezet, blauw gezicht. Bij alle lymfomen kunnen heftig nachtzweten, aanhoudende koorts of gewichtsverlies voorkomen.

Hoe stellen we de diagnose?

Onder narcose wordt een vergrote lymfeklier verwijderd en onder de microscoop onderzocht. Er worden een echo, longfoto’s en diverse scans gemaakt. Ook wordt beenmerg en hersenvocht afgenomen. Dit gebeurt onder sedatie.

Behandeling

Kinderen met een non-Hodgkin-lymfoom worden behandeld volgens een protocol dat is gemaakt door nationale en internationale deskundigen. De behandeling hangt af van het soort en de plaats van het lymfoom, de verspreiding binnen het lymfestelsel en eventueel in weefsels en organen. Je kind krijgt meestal alleen chemotherapie. Alleen als er sprake is van een acute situatie, zoals een darmafsluiting, wordt het geopereerd. Daarna volgt altijd chemotherapie. Radiotherapie wordt eigenlijk nooit gegeven en dan alleen bij uitbreiding naar de hersenen of de zaadballen. Lymfomen reageren vaak goed op chemotherapie en worden al snel na de eerste kuren kleiner. Toch heeft je kind een lange behandeling nodig om alle tumorcellen te doden. Komt de ziekte tijdens of na de behandeling terug, dan krijgt je kind opnieuw chemotherapie, eventueel gevolgd door een hoge dosis chemotherapie met stamcelreïnfusie. Voor enkele lymfomen zijn er ‘slimme’ medicijnen die doelgericht de lymfoomcellen stukmaken.

Kans op genezing

De overlevingskansen van kinderen met een non-Hodgkin-lymfoom zijn goed (70-90%). Heeft de tumor zich verspreid naar organen en weefsels buiten het lymfestelsel, dan zijn de kansen soms kleiner en is de behandeling vaak zwaarder. Bij terugkeer is de ziekte moeilijker onder controle te krijgen. Kinderen met een grootcellig anaplastisch lymfoom hebben, ook als de tumor terugkomt, meestal een goede genezingskans. Het is moeilijk voorspellingen te doen. Laat je niet te veel beïnvloeden door de cijfers. Elk kind en elke situatie is uniek.

Vragen?

Kinderen en jongeren met een non-Hodgkinlymfoom worden behandeld op de afdeling hemato-oncologie.

Telefoon 088-9727272