Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Narcose of verdoving (anesthesie)

Bij bepaalde onderzoeken of operaties die uw kind moet ondergaan zal anesthesie een rol spelen. Een ander woord voor anesthesie is narcose of verdoving en het zorgt ervoor dat uw kind niks van het onderzoek op de operatie zal merken.

Voorbereiding

Anesthesie dient goed voorbereid te worden. Uw kind mag namelijk een tijd voordat de anesthesie plaatsvindt niks meer eten of drinken. Hoelang van tevoren uw kind niks mag eten of drinken wordt tijdig gemeld door de anesthesioloog of verpleegkundige. Over het algemeen kan uw kind tot twee uur voor de anesthesie nog wat water, thee of appelsap drinken. Het is goed om te bedenken dat uw kind misselijk kan worden als er stiekem of per ongeluk toch wat anders wordt gegeten of gedronken. Het kan zijn dat ter voorbereiding uw kind alvast een klein pilletje krijgt waar hij of zij al een beetje slaperig van wordt.

Het kan zijn dat uw kind bang is voor de anesthesie. Natuurlijk is het goed om dit van tevoren bij de anesthesioloog aan te geven. De anesthesioloog komt dan vooraf langs om uw kind gerust te stellen of vragen te beantwoorden. Ook kunnen de pedagogisch medewerkers u en uw kind bijstaan bij de anesthesie.

De behandeling

Een anesthesioloog zal voor de anesthesie bij uw kind zorgen. Hij of zij zorgt er onder andere voor dat de ademhaling, bloedsomloop en andere belangrijke lichaamsfuncties tijdens de narcose blijven doorgaan.

Als alle voorbereidingen goed zijn gegaan kan de anesthesie beginnen. Uw kind wordt met het ziekenhuisbed naar de operatiekamer gebracht.

De vader of moeder mag mee, samen met een pedagogisch medewerker. Voordat uw kind in slaap wordt gebracht worden er nog enkele handelingen uitgevoerd op de operatiekamer. Eerst krijgt uw kind plakkertjes op de borst waarmee de hartslag in de gaten wordt gehouden. Daarnaast komt er een klein rood lampje om vinger of teen gedaan om de zuurstof in het bloed te kunnen meten. Dit is belangrijk om te controleren of de bloedsomloop goed blijft werken.

Er zijn twee verschillende soorten anesthesie, bij algehele anesthesie wordt uw kind helemaal in slaap wordt gebracht. Bij een plaatselijke anesthesie wordt een bepaald lichaamsdeel in slaap gebracht. Dit kan bijvoorbeeld een arm, been of de rug zijn. Dit betekent dat uw kind op die plek niks meer voelt, maar zelf wel gewoon wakker is.

Er zijn twee verschillende manieren om uw kind in slaap te brengen. Uw kind mag zelf beslissen welke manier hij of zij fijn vindt. Door middel van een kap op de neus en mond. Dit is een soort beademingsmasker waar een dampvorming anesthesiemiddel uitkomt. Als uw kind het middel inademt zal het zeer snel in slaap vallen.
Een andere manier is via een prik in de arm. Hiervoor hoeft uw kind zelf niks te doen om in slaap te vallen. In dit geval spuit de anesthesioloog wat vloeistof in de arm van uw kind. Vervolgens krijgt uw kind een klein buisje in de keel waarmee de ademhaling via een apparaat kan worden geregeld door de anesthesioloog. Dat betekent dat uw kind niet zelf hoeft te ademen tijdens het onderzoek of de operatie. Als uw kind wakker wordt is het buisje alweer uit de keel verwijderd.


Nazorg

Na het onderzoek of de operatie zorgt de anesthesioloog dat uw kind snel weer wakker wordt gemaakt. Dat kan omdat het toedienen van de slaapmedicijnen dan wordt stopgezet. Het zou kunnen dat uw kind nog suf is of zich misselijk voelt als het wakker wordt. Meestal gaat dit wel snel weer over. Ook mag uw kind weer wat eten en drinken op het moment dat hij of zij goed wakker is geworden.

Het kan zijn dat de keel van uw kind een beetje pijn doet omdat daar het buisje in heeft gezeten. Dat vervelende gevoel gaat echter snel weer over. U kunt uw kind een ijsje of een dropje geven, dat kan helpen. Na het onderzoek of de operatie blijft uw kind vaak nog even op een rustige ziekenhuiskamer, vlakbij de operatiekamer. Op het moment dat uw kind zich weer helemaal de oude voelt mag hij of zij weer terug naar de eigen kamer. Belangrijk om te melden is dat van een onderzoek of een operatie complicaties of pijnklachten kunnen ontstaan. Dat is echter afhankelijk van het soort onderzoek of operatie. Hiervoor verwijzen wij u graag door naar [link naar pagina Onderzoeken en Behandelingen]. Van de anesthesie zelf is het onwaarschijnlijk dat uw kind lang last heeft.