Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Medulloblastoom

Het medulloblastoom is een Primitieve Neuro-Ectodermale Tumor (PNET) en is de meest voorkomende kwaadaardige hersentumor op de kinderleeftijd. Een medulloblastoom ontstaat door een fout in de ontwikkeling in een van de voorlopercellen van het zenuwstelsel. Elk jaar krijgen in Nederland ongeveer 20 kinderen een medulloblastoom. Gemiddeld zijn de kinderen 5 à 6 jaar als de tumor ontdekt wordt, maar dit type hersentumor komt ook bij jongere en oudere kinderen voor.

Een medulloblastoom zit altijd in de kleine hersenen. Soms is de tumor uitgezaaid naar andere delen van het centrale zenuwstelsel. Uitzaaiingen in de lymfeklieren en botten komen zelden voor. De genezingskans van kinderen met een medulloblastoom is sterk afhankelijk van eventuele uitzaaiingen. Medulloblastomen die niet zijn uitgezaaid hebben over het algemeen een genezingskans van ongeveer 75%.

 
Klachten bij deze ziekte

In het begin zijn de klachten vaag en vooral wisselend aanwezig. Veel kinderen voelen zich al een tijdje niet lekker, zijn misselijk, of hebben last van hoofdpijn. Dat komt door verhoogde druk in het hoofd. De tumor groeit vanuit de kleine hersenen waardoor er minder plaats is en het hersenvocht niet kan afvloeien. Neemt de druk verder toe dan kan uw kind, zonder misselijk te zijn, vooral ‘s ochtends last krijgen van braken. Ook problemen met het evenwicht komen vaak voor: uw kind struikelt vaker of loopt anders. Dat laatste is bij heel jonge kinderen soms moeilijk te ontdekken, omdat ze nog volop aan het oefenen zijn met lopen. Een heel enkele keer is er sprake van pijn of gevoelloosheid en uitval van de zenuwfunctie in benen of andere lichaamsdelen. Meestal gaat het dan om uitzaaiingen in het ruggenmerg. Ten slotte zijn er ook kinderen die door de verhoogde druk in het hoofd scheel gaan kijken, slechter gaan zien en slik- of spraakproblemen krijgen.

 
Hoe stellen we de diagnose?

Bij verdenking op een hersentumor zal altijd een MRI scan gemaakt moeten worden, die bij bevestiging van aanwezigheid van een hersentumor aangevuld zal worden met een MRI van het ruggenmerg. Dit is noodzakelijk om de eventuele uitbreiding binnen het centraal zenuwstelsel in kaart te brengen. Vervolgens zal altijd een neurochirurgische operatie moeten volgen ter verkrijging van tumorweefsel voor diagnostiek. Deze operatie is ook bedoeld om zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen. Bij uitzondering wordt uitsluitend een biopt genomen. De patholoog stelt de diagnose op het tumorweefsel. Bij deze kinderen wordt ook hersenvocht afgenomen met een ruggenprik om te controleren of er tumorcellen in aantoonbaar zijn. Deze aanvullende liquordiagnostiek vindt plaats na verwijdering van de tumor. 


Behandeling van Medulloblastoom

De behandeling van een medulloblastoom begint vrijwel altijd met een operatie. Na de operatie onderzoekt de patholoog het weefsel onder de microscoop. Op basis van de uitslag en de gegevens uit andere onderzoeken wordt het stadium vastgesteld en het vervolg van de behandeling bepaald.

Daarna volgt meestal radiotherapie (bestraling) en chemotherapie. Soms wordt al tijdens de bestraling met chemotherapie begonnen. Bij kinderen jonger dan drie jaar wordt de bestraling vanwege de te verwachten gevolgen op de lange termijn achterwege gelaten, zo lang mogelijk uitgesteld of beperkt tot een klein deel van de hersenen.